Veerkrachtig zijn wordt vaak uitgelegd als: doorzetten, flink zijn, niet toegeven aan zwakte. Gewoon even "erdoorheen bijten." Hoe meer discipline, hoe veerkrachtiger je bent — zo lijkt het.
Maar wat als veerkracht helemaal niet draait om harder je best doen, maar om iets heel anders?
Regelmatig zie ik in mijn praktijk mensen die al jaren hun uiterste best doen: gezond eten, voldoende bewegen, strak plannen, alles "op orde" houden. En juist zij lopen vaak tegen een muur op zodra het leven niet meevalt. Niet omdat ze te weinig discipline hebben, maar omdat de manier waarop we naar gezondheid en veerkracht kijken, een belangrijk stuk mist.
WAT GEZONDHEID ALS MORELE PLICHT MET VEERKRACHT DOET
In onze samenleving wordt gezondheid steeds vaker gezien als iets wat volledig in je eigen handen ligt. Eet je gezond, beweeg je genoeg en ga je mindful met stress om, dan heb je het onder controle. Word je toch ziek, gestrest of moe, dan voelt dat al snel als persoonlijk falen.
De Amerikaanse socioloog Robert Crawford beschreef dit fenomeen al in de jaren zeventig als healthism: het idee dat gezondheid vooral een kwestie van individuele verantwoordelijkheid is. Dat klinkt in eerste instantie motiverend — je hebt zelf invloed. Maar het heeft een keerzijde: wie het niet lukt, krijgt al snel het gevoel dat het aan zichzelf ligt.
WAAROM SCHAAMTE VEERKRACHT ONDERMIJNT
En daar wringt het. Schaamte is namelijk geen motivator, het is een rem. Mensen die zich schamen voor hun gewicht, hun vermoeidheid of hun stressklachten trekken zich juist terúg. Ze zoeken minder snel hulp, verliezen gemakkelijker hun motivatie en vervallen eerder in patronen die hun gezondheid niet ten goede komen.
Dat sluit aan bij wat onderzoek naar perfectionisme laat zien: perfectionisme is zelden een drijfveer om beter te presteren, het is vaker een schild tegen schaamte. Je blijft jezelf verbeteren, niet omdat het werkt, maar om het gevoel van tekortschieten voor te blijven. Het paradoxale is dat dat uiteindelijk juist méér schaamte oplevert, in plaats van minder.
Precies dát ondermijnt veerkracht. Niet het gebrek aan wilskracht, maar het gevoel er alleen voor te staan.
ECHTE VEERKRACHT ZIET ER ANDERS UIT
Wat mensen écht veerkrachtig maakt, is zelden "nog harder je best doen." Het zijn meestal heel andere dingen:
zelfcompassie in plaats van zelfkritiek wanneer iets niet lukt
verbinding met anderen, in plaats van je terugtrekken zodra het zwaar wordt
je kwetsbaarheid durven tonen, in plaats van hem verbergen achter "het gaat prima"
hulp vragen, in plaats van het gevoel hebben dat je alles zelf moet oplossen
realistische verwachtingen van jezelf, in plaats van een onhaalbaar ideaalbeeld
We zijn sociale wezens. De invloed van verbinding en erkenning op hoe goed we met tegenslag omgaan, is veel groter dan de invloed van nog meer zelfdiscipline.
WAT KUN JE ZELF DOEN?
merk op wanneer je jezelf veroordeelt om iets wat "niet goed genoeg" ging, en vraag je af of je dat ook tegen een ander zou zeggen
zoek bewust contact als het even niet lukt, in plaats van je terug te trekken
deel waar je mee worstelt met iemand die je vertrouwt, in plaats van het alleen "op te lossen"
stel jezelf de vraag: wat heb ik nu nodig, in plaats van: wat zou ik nu moeten doen
vier kleine stappen, in plaats van jezelf pas goed te vinden bij perfectie
MIJN VISIE: VEERKRACHT ONTSTAAT IN VERBINDING, NIET IN ISOLATIE
Ik geloof niet in nog meer zelfdiscipline als antwoord op uitputting of tegenslag. Ik geloof in verbinding en zelfcompassie. Een goede, ondersteunende relatie — met jezelf én met anderen — doet meer voor je veerkracht dan nóg een leefstijladvies. Niet omdat leefstijl er niet toe doet, maar omdat je het alleen volhoudt als je je niet voortdurend hoeft te bewijzen.
TOT SLOT
Veerkracht is geen kwestie van harder je best doen of strenger zijn voor jezelf. Het is wat ontstaat wanneer je jezelf, ook bij tegenslag, niet hoeft te veroordelen — en wanneer je weet dat je het niet alleen hoeft te doen.
Van zelfverwijt naar zelfcompassie.
Herken jij jezelf hierin?
Doe je al jaren je uiterste best, en voel je je ondanks (of juist door) al die inspanning toch uitgeput of tekortschietend? In mijn praktijk kijk ik met je mee naar wat je écht nodig hebt — niet nóg meer discipline, maar een aanpak die je volhoudt.